De GWS-schouw nader bekeken

Op de Friese meren kom je nog heel wat traditionele zeilschepen tegen. Veel van die schepen zijn platbodems. Zoals de naam al aangeeft, hebben ze een platte bodem. Om afdrijven te voorkomen hebben platbodems twee zijzwaarden. Ze hebben dus geen kiel of midzwaard.

De schouw is een van de leden van de familie der platbodems. Karakteristiek voor de schouw zijn de platte voor- en achterkant. Daardoor ziet hij er wat hoekig uit. De schouw is waarschijnlijk één van de oudste bootvormen. Het bouwen ervan was niet zo ingewikkeld. Door zijn geringe diepgang was het een belangrijke vervoermiddel op de vaak ondiep Friese meren. Vooral in Het Lage Midden (It Lege Midden), het laaggelegen gebied tussen Sneek (Snits) en Eernewoude (Earnewâld), werd de schouw veel gebruikt. Dit gebied liep regelmatig onder water. En dan ging het transport tussen de dorpen vooral met schouwen.

De achterkant en voorkant van mijn GWS-schouw 73.

De schouw was een echte werkboot. Smeden, timmerlieden en schilders gingen met hun schouw naar verafgelegen boerderijen en arbeiderswoningen om hun werkzaamheden te verrichten. Bakkers, slagers en winkeliers gingen zo met hun waren langs de bewoners. De bakker, de slager en winkeliers kwamen met een schouw langs om hun waren te verkopen, de dokter bezocht zijn patiënt met een schouw en ook werd zo vaak de post gebracht. Mijn grootvader (pake Bethlehem) verzorgde met zijn schouw het transport van melkbussen tussen de boerderijen en de melkfabriek in Aldeboarn. Maar ook werden er wedstrijden georganiseerd. Rond 1850 wordt de schouw al genoemd in wedstrijdverslagen. Deze schouwen verschilden onderling nogal in grootte en tuigage. Dus de strijd was niet altijd even eerlijk.

Mijn GWS-schouw op de Wijde Ee in de buurt van Grou.

Het Friese woord voor uitventen is ‘sutelje’. Daarom werd een kleine schouw ook wel een ‘sutelskou’ genoemd. Tot zo ongeveer 1900 waren de meeste schouten van hout, Vanaf dat jaar werd hout echter steeds meer vervangen door ijzer. Door de aanleg van wegen ging het kleine vervoer steeds meer over de weg en steeds minder over het water. Schouwen werd daarom minder gebruikt als werkboot. De schouw bleef echter wel als scheepstype bestaan. Hij  bood immers een goedkope mogelijkheid voor recreatie op het water. Je komt hem nog steeds tegen als zeilboot en visboot. Toch waren er ook nog wel werkschouwen.

Bij de overstromingsramp in Zeeland in 1953 verleenden schouwen uit Grouw (Grou) goede diensten. Meteen na het bekend worden van de ramp ging een groep inwoners met 10 schouwen (en bijbehorende buitenboordmotoren) op vrachtauto’s op weg naar het rampgebied. In en om het dorp Ooltgensplaat haalden de schouwen nog veel mensen uit hun ondergelopen huizen. Omdat de schouwen maar weinig diepgang hadden, waren ze uitstekend geschikt voor dit werk. Verhalen over deze reddingsoperatie zijn te lezen in Halbertsma Niis, het personeelsorgaan van Timmerfabriek Halbertsma in Grou: Halbertsma Nijs Maart 1953.

Grouw (Grou) is een dorp midden in Het Lage Midden. Het dorp ligt aan de rand van het Pikmeer. Het bestond uit vele kleine eilandjes. Schouwen werden veel gebruikt voor het transport van goederen en personen in en om het dorp. Daarom wordt het soms wel het ‘dorp van de schouwen’ genoemd.

GWS-schouw 73 zeilt langs de oever van de Wijde Ee.

Omstreeks 1937 is er op initiatief van de Vereniging Grouwster Watersport (GWS) een verenigingsklasse van ijzeren zeilschouwen ontstaan. Deze vereniging had als doel het organiseren van onderlinge zeilwedstrijden met schouwen voor de ‘gewone’ dagelijkse gebruikers van de schouw. Klassevoorschriften zorgden ervoor dat deze GWS-schouwen vergelijkbaar waren en daarom waren de wedstrijden ‘eerlijk’. De belangrijkste eisen zijn:

  • Romp van ijzer, niet van hout.
  • Romp van 3 mm dik plaatijzer.
  • Lengte van vijf meter.
  • Grootste breedte van vlakke bodem: 1 meter.
  • Twee houten zijzwaarden.
  • Het sprietzeil en de fok met een gezamenlijk oppervlak van elf vierkante meter.
  • In het zeil alleen een nummer en geen zeilteken (zoals bij veel andere wedstrijdklassen).

Een zeilteken is niet nodig omdat de vorm van het spriettuig voldoende karakteristiek is om de klasse te onderscheiden van andere klassen van zeilboten.

Volgens informatie van de GWS uit 2018 waren er toen 136 geregistreerde GWS-schouwen. Hiervan zeilen 83 schouwen nog steeds. Mijn schouw had nummer 73. Over zijn stamboom is maar weinig bekend. Hij werd in 1983 geregistreerd door een zekere meneer Bosma uit Akkrum. Van 1990 t/m 1993 was hij in mijn bezit. Daarna is alleen nog bekend dat hij in 1999 in handen is gekomen van Eildert Meeter uit Leeuwarden. Hij woont tegenwoordig in Grou.

Een zeilende GWS-schouw is een zeer karakteristiek en beeldbepalend element in het Friese merengebied, in het bijzonder rondom het oude waterdorp Grou. Onderstaande video is op 6 juli 2013 gemaakt op de Wijde Ee, een meer in de buurt van Grou. Er waren toen veel GWS-schouwen op het water.

Bronnen van informatie: